Nationale Omgevingsvisie: beter laat dan nooit?

Onlangs publiceerde het Ministerie van Infrastructuur en Milieu haar startnota om te komen tot de Nationale Omgevingsvisie. Resultaat 74 pagina’s oud nieuws over de fysieke leefomgeving. Voor een visie moeten we wachten tot 2019. Sommige spelers in de kantorenmarkt zullen dat niet erg vinden. Wij wel. Hier al enige observaties van onze kant.

De kop is er af zullen we maar zeggen

Het streven is dat vanaf 2019 de nieuwe Omgevingswet in werking treedt. Daarbij hoort ook een Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie. Op weg naar deze visie is een eerste stap gezet met de startnota ‘De opgaven voor de Nationale Omgevingsvisie’.  Op zich een structurering van alles wat we eigenlijk al weten.

Wat betreft de leegstandproblematiek op de kantorenmarkt stelt men: ‘De nieuwe stijl van werken heeft een groot effect op het gebruik van de bestaande kantorenvoorraad. De behoefte aan kantoorvolume neemt substantieel af en gebouwen worden sneller afgeschreven omdat zij niet meer aan de wensen van de ondernemers en werkgevers voldoen’. Helaas geen concretisering van de consequenties hiervan. En daar eindigt het voor dit moment.

Visie van het Centraal Plan Bureau

Gelukkig bracht het CPB  ons vorige maand al interessante conclusies naar aanleiding van haar onderzoek ‘De toekomst van kantoren’. Uitgaande van een scenario van sterke economische groei zal de kantoorbehoefte in 2015 ca. 48 mio m² bedragen. Bij een laag groeiscenario blijft de meter steken op 30 mio m². De huidige voorraad is ca. 50 mio m². Hoe kan je nu op basis van zo’n enorme bandbreedte beleid maken?

En hoe is het buiten

Tegelijkertijd draait de Nederlandse economie op volle toeren en gaat het eindelijk wat beter met de vraag naar kantoorruimte. Door transformatie van kantoren naar woningen begint de structurele leegstand daarnaast te dalen. Geld is goedkoop en er is nog steeds een enorme honger naar vastgoed beleggingsproducten. Kortom de roep om ‘draai de nieuwbouw-kraan maar open’ wordt steeds luider. De tweedeling op de kantorenmarkt tussen de grote steden (Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Eindhoven) en de regio zet echter onverminderd voort. Uiteraard zien de genoemde steden mooie kansen. Maar in een qua vraag eerder teruglopende dan groeiende markt, resulteert nieuwbouw elders tot leegstand.

Terug in het oude gedrag

De afgelopen jaren zijn er diverse initiatieven geweest (o.a. het sloopfonds) om iets te doen aan de structurele kantorenleegstand. Helaas zonder resultaat. Nu is saneren in een neergaande markt altijd lastig want hoe financier je dat. In een aantrekkende markt wordt geld verdiend dus dat zou kansen moeten bieden zou je zeggen. Maar wie neemt het initiatief? De gemeente Amsterdam hield in 2016 ruim € 356 mio (+30%) over aan haar ontwikkelingsactiviteiten. Geld dat in Amsterdam blijft en een aanmoedigingsprijs is voor meer bouwactiviteiten! En de andere succesvolle steden zullen daarbij uiteraard snel volgen. Inderdaad ieder voor zich. Echter in de tussentijd wordt het er in de regio zeker niet beter op. 

Regie zeer gewenst

Juist nu is een Rijksvisie broodnodig. Een integrale visie waarbij keuzes worden gemaakt. Dat het allemaal duurzamer moet is logisch. Maar hoe krijgen we vraag en aanbod niet alleen in de grote steden maar ook in de regio, in balans? Hoe komen we af van het surplus aan verouderde kantoren? Moeten de successen in de grote steden deels gebruikt worden om de (mede hierdoor veroorzaakte) problemen in de regio op te lossen?

Wie herinnert zich nog de 4de nota Ruimtelijke Ordening Extra (VINEX) uit 1991. Niet dat alle keuzes daarbij (o.a. VINEX wijken, locatie beleid) zo goed hebben uitgepakt. Maar wel was sprake van een overall visie, hierop afgestemde keuzes en een gelijk speelveld. Door het overhevelen van Rijkstaken naar provincie / gemeenten de afgelopen 20 jaar, is de visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving op nationaal niveau, grotendeels ondergesneeuwd.

Leuk dat Den Haag ons deelgenoot heeft gemaakt van haar startnota. Helaas biedt het verhaal weinig nieuwe inzichten en komt deze aanzet veel te laat. Nu maar hopen dat de economische opleving nog enige tijd voortduurt zodat we in 2019 daadwerkelijk een start kunnen maken met de noodzakelijke (her)structurering van de kantorenmarkt.

Voor écht onafhankelijk advies ga ja naar Kantorenwizard.nl.